Doorgaan naar hoofdcontent

Alexander Pechtold. Henk, Ingrid en Alexander. Amsterdam: Bert Bakker, 2012.

Binnen korte tijd publiceerden twee Nederlandse parlementariërs een boek over de democratie dat overwegend bestaat uit vraaggesprekken: onlangs las ik Gerdi Verbeets boek met gesprekken met allerlei deskundigen, nu heb ik ook Alexander Pechtolds boek gelezen met gesprekken met 'Henk en Ingrid'.

Pechtolds beslissing om niet met journalisten en professoren te maken, maakt zijn boek tegelijk minder interessant en interessanter.

Het is minder interessant omdat de meeste PVV-stemmers nu eenmaal niet zullen vreselijk interessante dingen te zeggen hebben over politiek. Ze zijn ontevreden zonder dat ze goed kunnen articuleren waarom ze nu zo ontevreden zijn. Ze denken dat iedere gedachte die in hun hoofd opkomt automatisch de gedachte is van 'het Nederlandse volk' of ze denken dat ze door een 'proteststem' uit te brengen, de zaken ten goede kunnen beïnvloeden. (Net alsof iemand dat protest zou kunnen duiden.) Ze hebben, kortom, niet een veel verheffender mening dan u of ik. Waar sommige van Verbeets gesprekspartners nog wel eens met een interessant nieuw gezichtspunt komen, geldt dat wat mij betreft niet voor die van Pechtold.

Dat Pechtold tegelijk toch ook een interessanter boek heeft geschreven (of laten schrijven) komt doordat hij af en toe echt in gesprek gaat; luistert naar de ander, maar ook zijn tegenargumenten geeft en debatteert. Dat lijkt af en toe wat obligaat, maar overtuigt uiteindelijk. Wat Pechtold doet, zouden wij Nederlanders uiteindelijk allemaal moeten doen: doorlopend met elkaar discussiëren, argumenten geven, onze positie verdedigen zonder angst om hem af en toe ook weer op te geven. Te luisteren en te praten.

De enige manier om uit de huidige problemen te komen is door te praten, praten en praten. We moeten op een hoger niveau komen, we moeten hoger opgeleid raken. En de enige die ons hoger kunnen opleiden, zijn wijzelf.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…