13.6.15

Erik Jan Harmens. Hallo muur. Lebowski Publishers, 2015.

Sommige mensen lezen om zich te identificeren – ze hebben bijvoorbeeld een gebroken been en lezen dan over iemand die ook zijn been gebroken heeft. Dat motief heb ik niet, ik heb slechts zelden het idee dat ik een boek mooi vind omdat ik me zo goed in de protagonist of in de schrijver kan verplaatsen.

Bij Hallo muur had ik dat gevoel van identificatie veel meer. Terwijl mijn achtergrond een heel andere is – mijn ouders zijn niet gescheiden, mijn vader is geen alcoholist – en mijn geschiedenis ook een heel andere – ik heb wel gestudeerd, ben niet zwaar aan de drank gegaan, heb geen kinderen, en ben ook geen podiumdichter geworden. Toch had ik op een wonderlijke manier het idee dat ik me in Erik Jan Harmens, de hoofdpersoon van deze roman, kon verplaatsen.

Voor een deel komt het misschien doordat hij ongeveer even oud is als ik en zijn leven dus in ieder geval in tijd en ruimte tamelijk parallel is. Maar het komt vooral door een toon, een manier van naar de werkelijkheid kijken, die me erg bevalt – de droge, kalme melancholie vooral die over het hele boek hangt. Je hebt de keus nog niet gemaakt om niet meer te drinken en je voelt al dat je daarmee toch ook iets afsluit. Je gaat scheiden terwijl je weet dat het ellende is. En dan het schuldgevoel, dat ervoor zorgt dat jij maanden lang bij je moeder op een matrasje gaat wonen na de scheiding, hoewel het helemaal niet duidelijk is waar jij dan schuldig aan bent.

Het lezen van Hallo muur is daarmee een heel bevredigende ervaring – ineens begrijp je waarom mensen zo graag boeken lezen waarmee ze zich kunnen identificeren. Het is een soort lezen waardoor je leven ineens verbreed wordt: als ik een alcoholische vader had gehad, als ik in kringen was gekomen waar veel gedronken wordt, dan had ik het ook op een zuipen gezet. De vrouwen die ik in mijn leven ben tegengekomen waren heel anders dan Erik Jans Lieke, maar als ik haar was tegengekomen en zij had ook wat in mij gezien, dan was het ook zo gegaan.

Ik ben Erik Jan Harmens gevangen in het lichaam van Marc van Oostendorp.

Geen opmerkingen: