27.7.15

Kalle Kniivilä. Krimeo estas nia. Reveno de la imperio. Nov-Jorko: Mondial, 2015.

Het is alweer ruim een jaar geleden dat Rusland nauwelijks verhuld Oekraïne binnenviel en een deel ervan bezette – de Krim. Sindsdien lees je niet veel meer over dat gebied: wat gebeurt er? Wat vinden de mensen daar er zelf eigenlijk van? Hoe staan de verschillende groepen – de Oekraïners, de Russen, de Tataren – eigenlijk tegenover elkaar.

De Zweedse journalist Kalle Kniivilä zocht het uit, vooral door in het najaar van 2014 enige tijd ter plekke te verblijven en met allerlei mensen te spreken. Het is prettig om een en ander nu eens niet in een krantenartikel maar met de adem van een boek te kunnen lezen, en Kniivillä sprak een breed palet van mensen: van de journalisten voor de Tataarse zender die zich gedwongen hebben gevoeld om alles achter te laten en naar Kiev te vertrekken, ook al moeten ze daar ook helemaal opnieuw beginnen, tot de hoogleraar van het anatomisch instituut die ongeveer in extase raakt als ze over de onvoorstelbare eerlijkheid en daadkracht van Poetin spreekt, die eigenhandig aan alle misverstanden een einde zal maken.

In september vorig jaar waren er betrekkelijk veel mensen vóór de aansluiting; misschien omdat ze terugverlangden naar de Sovjetunie, misschien omdat ze deel wilden uitmaken van de winning team, misschien omdat ze het anders ook niet wisten. Inmiddels is het waarschijnlijk al anders, zegt Kniivilä, nu de waarde van de roebel zo gezakt is, het regime niet vriendelijker is geworden, en het zo moeilijk is om contact te hebben met de buitenwereld (je kunt alleen in Silferopol komen via Moskou).

Sowieso: Kniivilä laat iedereen aan het woord, en zo krijg je een breed palet aan meningen voorgeschoteld, maar hij verhult daarbij niet dat hij zelf maar weinig sympathie heeft voor de propaganda van Poetin. Degene die deze propaganda herhaalt, wordt (in de tekst van het boek) af en toe onderbroken om de feiten te geven. Voor mij was dat minder nodig geweest, die verhalen spreken allemaal wel voor zichzelf. Of eventueel hadden de feiten ergens anders genoemd kunnen worden.

Maar dat is ook de enige kritiek die ik heb, want verder is Kniivilä een correspondent zoals deze horen te zijn: hij is een buitenstaander maar weet zich snel binnen te werken en bovendien weet hij met een paar details – een afgebladderd naambordje, een duik in veel te koud water in een badplaats – de sfeer van grijze uitzichtloosheid goed neer te zetten. Mooi boek, nu wil ik zijn boek over Russische Poetin-aanhangers ook snel lezen.

Geen opmerkingen: