4.8.15

Martin Walser. Das dreizehnte Kapitel. Reubek: Rowohlt, 2012.

De liefde van oude mensen heeft altijd iets ontroerends. Althans, de liefde van oude mannen voor jonge vrouwen mag nog weleens wat ongemak bezorgen, maar als de mensen allebei ouder zijn, dan kan het niet op.

Geldt dat ook wanneer de mensen allebei al met iemand anders getrouwd zijn? En gelukkig getrouwd nog wel? Het is slechts een van de vele, vele vragen waarover je kunt nadenken als je Das 13. Kapitel van Martin Walser leest.

Een oudere schrijver raakt tijdens een diner ter gelegenheid van een succesvolle oudere moleculair bioloog gefascineerd door diens misschien wat jongere maar toch ook al rijpe vrouw, een theologe. Hij kan zijn ogen niet van haar afhouden en schrijft haar wanneer hij thuis is. Ze antwoorden hem en ze beginnen, in 2010 en 2011, een uitvoerige correspondentie met een toon die, ook schrijven ze uiteindelijk via de mail, allang vergeten lijkt, al is het maar omdat iedere brief begint met een aanhef en eindigt met een ondertekening.

Is het liefde? Dan toch hooguit in woorden. De twee zien elkaar na dat diner slechts een keer, en dat dan vluchtig én toevallig, op een vliegveld, en ze organiseren in ieder geval niets om meer contact te hebben buiten die brieven. En ze zijn duidelijk geen van plan om hun echtgenoot op te geven, sterker, de correspondentie gaat voor een groot deel over die echtgenoten.

Het is een liefde op papier, en het boek is daarom ook te lezen als een ode aan, en een reflectie op het schrijven. Er wordt ook behoorlijk wat geschreven: de vrouw van Basil (de schrijver) schrijft tv-series voor kinderen en in het geheim een boek (dat Het dertiende hoofdstuk moet heten); de beste vriend van de vrouw (Maja) publiceert een openhartig boek waarin hij al zijn vriendschappen kapot lijkt te willen schrijven.

Maar wat het boek mooi, wat het boek de moeite waard maakt, is vooral de toon ervan, de treurige, elegische toon. Deze liefde is vanaf het begin vergeefs, niemand probeert er wat anders van te maken dan een stapel papier (of een aantal e-mails). De twee geliefden vieren in hun correspondentie het feit dat ze met elkaar een heel ander leven hadden kunnen hebben – of misschien ook niet. Ze vieren dat ze oud zijn, dat alles eigenlijk al bepaald is, en dat er toch nog ergens een andere wereld bestaat: de wereld van de godsdienst, misschien, en zeker die van de literatuur.

Geen opmerkingen: