29.12.15

Elena Ferrante. L'amica geniale. Edizione e/o, 2012.

Tegen het eind van deze roman noemt Lila haar vriendin Elena 'mijn geniale vriendin'. Elena is de vertelster van de roman en tot dat punt heeft vermoedelijk iedere lezer het idee dat Lila het genie is van de twee: ze heeft weliswaar weinig formele scholing, maar ze heeft zichzelf Grieks en Latijn geleerd en de hele bibliotheek verslonden in de Napolitaanse wijk waar Lila en Elena wonen, ergens in de jaren vijftig.

De twee vriendinnen zijn, kortom, aan elkaar gewaagd. Beide zijn bezig op te klimmen uit die wijk – Elena door te studeren, Lila door, aan het eind, te trouwen met de zoon van de succesvolle slager. Beide komen die wijk nauwelijks uit. Beide hebben wel wat preuts gedoe met jongens, maar voor beide is het centrum van de aandacht toch vooral de ander.

Taal speelt een wonderlijke rol in het boek. In de eerste plaats is de stijl betrekkelijk eenvoudig en daardoor kraakhelder. Ook mijn op veel te late leeftijd verworven Italiaans is ruim genoeg om het verhaal zonder enige problemen of woordenboek heel precies te kunnen volgen. Tegelijkertijd is het verhaal psychologisch juist heel subtiel. Nog nooit heb ik het volksleven uit de jaren vijftig zo overtuigend onder woorden gebracht gezien.

Maar taal speelt ook op een andere manier een rol. De dialogen zijn allemaal in het Italiaans uitgeschreven, maar regelmatig wordt er wel bij vermeld dat deze of gene iets in het dialect zegt – of juist Italiaans. Die codewisselingen krijgen zo juist extra betekenis. Bovendien is Elena bezig natuurlijk juist via de taal te ontsnappen – de lessen in de klassieke talen zijn duidelijk de belangrijkste, vanaf hun vroegste jeugd kijken de meisjes op tegen de man die een dichtbundel geschreven heeft (en trouwens al snel een nare viezerik blijkt) en tegen het eind heeft Elena zelfs haar eerste artikel ter publicatie aangeboden aan een onooglijk grijs tijdschriftje.

Geen opmerkingen: