3.1.16

Eli Maor. "e". The Story of a Number. Princeton and Oxford: Princeton University Press, 2015 (1994)

Leonhard Euler, een van de grootste wiskundigen aller tijden, was een speelse man die er niet voor terugdeinsde om in gedachten absurde paden in te slaan – zaken met elkaar te verbinden die op het oog geen enkele relatie met elkaar hebben. Met zijn kleinkind op schoot kon hij nog gaan rekenen aan de banen van Uranus of de relatie tussen de omtrek van de cirkel en rente op rente.

Hij heeft het getal e zijn naam gegeven. Dat het ook zijn initiaal was, was waarschijnlijk toeval, zegt Eli Maor in zijn geschiedenisboek over e. Euler was te bescheiden om zichzelf zo op de voorgrond te plaatsen.

Maor's boek is voorbeeldig vind ik. Het mengt op een aardige en aantrekkelijke manier 'externe' geschiedenis – de biografietjes van vooral 17e en 18-eeuwse wiskundigen met heel duidelijke en tegelijkertijd niet triviale uitleg van de fascinerende wereld die er verborgen zit achter het getal e: de vele op het oog totaal verschillende definities die je kunt geven en die allemaal tot hetzelfde leiden, de verbazingwekkende relatie met π, de prachtige logaritmische spiraal, en wie weet wat niet al.

Een van de fijne aspecten van het boek – en iets wat je zelden tegenkomt – is dat dat Maor ook zijn best doet een deel van de interne geschiedenis van de wiskunde te beschrijven: wat waren de wiskundige ideeën van Bernoulli en Euler? De inhoud ervan was natuurlijk op een bepaalde manier hetzelfde – de wiskunde is eeuwig waar, niet waar – maar Maor laat goed zien wat een verschil notatiewijzen kunnen maken, of hoe Euler zich nog een gewaagde 'slordige' omgang met het oneindige durfde verloorloven die een een moderne wiskundige niet meer zou toepassen.

Gaandeweg krijg je zo natuurlijk ook de geschiedenis van de calculus uitgelegd. Die was voor mij her en der een beetje weggezakt, maar Maors uitleg is in ieder geval voor mij precies op het juiste niveau. Over details in bewijzen wordt heengesprongen, maar zonder dat je het idee hebt dat je iets heel belangrijks mist. Wat is de wiskunde toch mooi!

Precies door die techniek word je deel van de ontdekking van de vele wonderen rondom dat vreemde getal, je voelt als het ware in ieder geval een deel van de opwinding: wat is er zo bijzonder aan 2.718281828...? Waarom lijkt er zoveel waarheid en schoonheid gegroepeerd te zijn rondom uitgerekend dat ingewikkelde getal? En over Euler zou ik ook weleens een heel boek willen lezen.

Geen opmerkingen: