Doorgaan naar hoofdcontent

Sibylle Berg. Der Tag, als meine Frau einen Mann fand. München: Carl Hanser, 2015.

In het begin lijkt Sibylle Berg een verbeterde versie te hebben geschreven van Arnon Grunbergs De asielzoeker. De vrouw van een al lang getrouwd stel vindt een minnaar uit Oost-Europa, zorgt ervoor dat deze bij het paar intrekt, zodat de man zich moet terugtrekken in een afgesloten kamer (bij Grunberg: onder de kapstok). Het lijkt dan wat beter omdat die man niet alleen maar een loser is – hij is geen vertaler van gebruiksaanwijzingen, maar een regisseur wiens carrière nooit op gang gekomen is – en omdat de vrouw niet zulk eigenaardig wispelturig gedrag vertoont als de personages, zeker de vrouwen, in het vroege werk van Grunberg plegen te doen.

Het heeft tegelijkertijd iets licht satirisch en iets theatraals, met de man en de vrouw die afwisselend aan het woord komen na licht ironische titels ('Rasmus ligt wakker', dat werk). Maar gaandeweg blijkt het allemaal wat serieuzer en gaat het toch vooral over een gezamelijke midlife-crisis van twee lieden uit de gegoede Duitse burgerij, van wie met name de vrouw nog wel wat seks wil.

En het wordt dan eigenlijk allemaal een beetje voorspelbaar treurig, met de minnaar die zijn smoezelige vrienden ook uitnodigt, en de man die het ook niet meer weet en een infarct krijgt en de vrouw die haar man toch eigenlijk, nou ja, enzovoort. En dan komt aan het slot ook de minnaar nog aan het woord en die blijkt dat echtpaar toch eigenlijk ook maar met wat verbazing te bezien.

En dan is het allemaal ook wel wat theatraal, niet precies het soort theater dat in het boek belachelijk wordt gemaakt (want dat is sociaal geëngageerd), maar je kunt je hier toch heel goed een voorstelling bij voorstellen van acteurs die af en toe staan te schreeuwen van hun Duitse middenklassepijn, nee, het boek is eigenlijk al zo'n toneelstuk. Je kunt er af en toe om glimlachen, maar je moet vooral verwerken hoe erg het allemaal is voor je Duitse leeftijdsgenoten.

En dan is Grunberg toch beter.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…