5.9.16

Sibylle Berg. Der Tag, als meine Frau einen Mann fand. München: Carl Hanser, 2015.

In het begin lijkt Sibylle Berg een verbeterde versie te hebben geschreven van Arnon Grunbergs De asielzoeker. De vrouw van een al lang getrouwd stel vindt een minnaar uit Oost-Europa, zorgt ervoor dat deze bij het paar intrekt, zodat de man zich moet terugtrekken in een afgesloten kamer (bij Grunberg: onder de kapstok). Het lijkt dan wat beter omdat die man niet alleen maar een loser is – hij is geen vertaler van gebruiksaanwijzingen, maar een regisseur wiens carrière nooit op gang gekomen is – en omdat de vrouw niet zulk eigenaardig wispelturig gedrag vertoont als de personages, zeker de vrouwen, in het vroege werk van Grunberg plegen te doen.

Het heeft tegelijkertijd iets licht satirisch en iets theatraals, met de man en de vrouw die afwisselend aan het woord komen na licht ironische titels ('Rasmus ligt wakker', dat werk). Maar gaandeweg blijkt het allemaal wat serieuzer en gaat het toch vooral over een gezamelijke midlife-crisis van twee lieden uit de gegoede Duitse burgerij, van wie met name de vrouw nog wel wat seks wil.

En het wordt dan eigenlijk allemaal een beetje voorspelbaar treurig, met de minnaar die zijn smoezelige vrienden ook uitnodigt, en de man die het ook niet meer weet en een infarct krijgt en de vrouw die haar man toch eigenlijk, nou ja, enzovoort. En dan komt aan het slot ook de minnaar nog aan het woord en die blijkt dat echtpaar toch eigenlijk ook maar met wat verbazing te bezien.

En dan is het allemaal ook wel wat theatraal, niet precies het soort theater dat in het boek belachelijk wordt gemaakt (want dat is sociaal geëngageerd), maar je kunt je hier toch heel goed een voorstelling bij voorstellen van acteurs die af en toe staan te schreeuwen van hun Duitse middenklassepijn, nee, het boek is eigenlijk al zo'n toneelstuk. Je kunt er af en toe om glimlachen, maar je moet vooral verwerken hoe erg het allemaal is voor je Duitse leeftijdsgenoten.

En dan is Grunberg toch beter.

Geen opmerkingen: